Het Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit heeft bekend gemaakt onder welke voorwaarden hobymatig gehouden pluimvee gevaccineerd mag worden. Ondanks dat volgens de mening van de NHDB enten niks toevoegt aan het al dan niet verspreiden van het vogelpestvirus, betreurt zij het dat de voorwaarden voor het enten dusdanig zijn dat het voor een grote groep mensen niet aantrekkelijk is om te enten. Toch hecht het bestuur er aan u hierover te informeren
Vrijdag 10 maart werd aan de organisaties voor hobbymatige pluimveehouders het vaccinatieplan gepresenteerd wat gemaakt is door de VWA. Hiermee willen wij u op de hoogte brengen van de voorwaarden waaronder er geënt mag worden.
Als kippen, kalkoenen, eenden en ganzen ouder zijn dan 7 weken mogen ze gevaccineerd worden. Andere soorten komen hiervoor niet in aanmerking.
De hobbymatige pluimveehouder moet zich melden bij de dierenarts. Daaraan moet worden doorgegeven welke dieren gevaccineerd moeten worden, hoeveel etc. Deze geeft dit door aan de Gezondheidsdienst voor Dieren. De Gezondheidsdienst zal dan aan de dierenarts de benodigde entstof en pootringen toezenden. Tevens zal de hobbymatige pluimveehouder een UBN nummer krijgen waarmee zijn of haar naam en adres geregistreerd zijn bij de overheid. Voor het vaccineren dient de hobbymatige houder van pluimvee een verklaring te tekenen bij de dierenarts. De dierenarts tapt bij minimaal 5% van de dieren met een minimum van 1 en een maximum van 20 bloed af. Vervolgens voorziet de dierenarts de te enten dieren van een vaste pootring met opschrift “Vaccinatie A.I. 2006 NL”. De dieren worden dan voor de eerste keer gevacineerd. 3 tot 4 weken na het eerste bezoek komt de dierenarts terug om de tweede enting uit te voeren. Tussen 9 weken en een jaar na de 2e enting komt de dierenarts nogmaals langs om bloed te tappen. De verklaring moet worden afgegeven zodat blijkt:
- dat je eigenaar bent van de dieren,
- dat je de dieren voor de 2e keer voor enting aan zult bieden,
- dat de voor de eerste keer gevaccineerde dieren het terrein niet meer zullen verlaten,
- dat voor de tweede keer geënte dieren het terrein niet zullen verlaten voordat daar toestemming voor is gegeven,
- dat je de pootring nooit zult verwijderen,
- dat je mee zult werken aan het bloedtappen t.b.v. monitoring door het ministerie van LNV;
- dat je lijst bij zult houden van wat er gebeurt met de dieren. Bijv: van waar naar waar je de dieren verplaatst hebt. Welke dieren zijn overleden enz. enz.
- dat je de verklaring gedurende 3 jaar bewaart.
Na de vaccinatie mogen de gevaccineerde dieren weer buiten lopen en behoeven ze niet meer worden opgehokt. Gevaccineerde dieren mogen zonder toestemming niet meer van het terrein verwijderen worden. Die toestemming wordt alleen verleend als ze getransporteerd worden naar een adres waar geen dieren zitten of waar gevaccineerde dieren zitten. Het is ook niet toegestaan om gevaccineerde dieren in de voedselketen brengen, op tentoonstellingen te brengen of te exporteren naar het buitenland. Voor het geval de gevaccineerde dieren in een zone komen waarin geruimd moet worden, geeft het ministerie van LNV vooralsnog geen enkele garantie dat gevaccineerde dieren gespaard worden. De hobbymatige houder dient alle kosten van de vaccinatie te betalen. Over de overige kosten is door het ministerie nog geen duidelijkheid gegeven.
14 maart 2006
namens het bestuur van de NHDB
portefeuillehouder dierhouderij-aangelegenheden
Mieke Hermans